Zeijen | 853 | Witteveen
Ongeveer 1,5 kilometer ten noordwesten van het dorpje Zeijen ligt het Witteveen, een moerasbosje dat als een soort ‘postzegel’ te midden van een akker ligt. Het Witteveen is een pingoruïne en is grotendeels in eigendom van Staatsbosbeheer. Maar de pingoruïne loopt aan de noord- en oostzijde door in het akkerland!
Op de hoogtekaart is de pingoruïne goed herkenbaar, als geïsoleerde laagte (geel) met er omheen een soort rand in roodtinten. Het centrale deel van de depressie wordt langzaam dieper, het diepste punt ligt op circa 6,50 meter boven NAP. Er is een hoogteverschil van enkele meters met de omgeving.
Ook is op de hoogtekaart goed te zien dat de pingoruïne groter is dan alleen het bosje en dat hij m.n. in het noorden voor een deel ook in het akkerland ligt. Tot het begin van de 21e eeuw lag het noordelijke deel nog in grasland en bestond het nog uit veen. Door de omvorming naar akkerland werd dit deel gedraineerd, waardoor het veen hier oxideerde.
Het Witteveen is inmiddels een dichtgegroeide pingoruïne, die boven aan de flank van een rug ligt. De flank gaat over in het beekdal van de Grote Matsloot en aan de westzijde grenst het Witteveen aan het Noordscheveld. Op de luchtfoto van 2020 zie je de pingoruïne doorlopen in de akker; ook zie je in de akker ten noorden van de locatie de structuren van de Celtic fields goed liggen. Het bosterrein zelf bestaat uit veen, veenputtenen en met name berken. Verder groeien er lijsterbes, wilg, pijpenstrootje, wollegras en bies.
Door de aanwezigheid van de bomen is het veen aan het uitdrogen. Dit zie je terug bij de boringen, waarbij de bovenste laag van het veen veraard is. Het veen is dan zwart van kleur, terwijl het onderliggende veen een meer (rood)bruine kleur heeft. Aan de oostzijde van de pingoruïne loopt een grote afwateringssloot, deze zorgt ook voor de nodige ontwatering van het veen. Er staat hierdoor doorgaans weinig water in het Witteveen.
Het Witteveen heeft haar naam te danken aan de tijd dat er turf gewonnen werd, dit veen leverde vroeger lichte turf af en vandaar de naam Witteveen. Het veen is hier nog tot en met de jaren ’50 gewonnen. Er zijn meerdere kleine veenputten te vinden. Vanaf 1960 wordt het Witteveen voor het eerst als open watertje afgebeeld, toen nog zonder enige begroeiing er omheen.
Vanaf eind jaren ’80, begin jaren ’90, starte de begroeiing van het Witteveen en tegenwoordig is het hele veentje een dichtbegroeid moerasbosje en zijn open watertjes er niet meer te vinden.
Onderzoek
De locatie is in meerdere fasen bezocht en onderzocht in het kader van het Pingo Programma. Allereerst werden Anja Verbers en Pieter Posthumus meegenomen naar deze bijzondere plek door de heer Bert Beute uit Zeijen, een amateur archeoloog die ons enkele pingoruïnes wilde laten zien. Daarna is er samen met een zevental vrijwilligers een aantal boringen uitgevoerd, in twee verschillende raaien. Uit dit booronderzoek bleek dat deze locatie een gave pingoruïne is. De pingoruïne heeft een conische vorm waarbij de eerste paar centimeter bestaat uit een strooisel laag van bladmateriaal, onder deze laag ligt een vrij dik pakket veen.
In totaal was het veen op het diepste punt ruim 4 meter diep. Onder het veen ligt een dunne laag gyttja, een organisch sediment, en daaronder troffen we op 4,15m diepte Peelozand aan. Tijdens dit onderzoek zijn er opnames gemaakt door ROEG TV van RTV Drenthe!
In 2017 is het Witteveen tijdens de eerste Summerschool opnieuw en uitgebreider onderzocht. De Summerschool bestond uit een onderzoekweek met studenten van de RUG, VU en UU, die onder leiding van Anja Verbers van Landschapsbeheer Drenthe en Wim Hoek van de Universiteit van Utrecht, het booronderzoek uitvoerden. Op de plek met het dikste pakket veen is vervolgens een kern gestoken voor nadere analyses en dateringen.
Later is de locatie ook bezocht met de journalist Merlijn Schneider van Vroege Vogels.
Zie ook
Luchtfoto



