Verdieping

Op de eerste kadastrale kaart met grondgebruik, uit 1832, is de mogelijke pingoruïne weergegeven als onderdeel van een roze gebied. Het ligt als heideterreintje in de rand van akkers (licht geel). Het vormt een geheel van het perceel ten oosten van de locatie en wordt omschreven als ‘heide’.

Op de historische kaart uit 1915 is het veentje herkenbaar, in de vorm van een veenput. Dit duidt veenwinning ten behoeve van turfwinning. Vanaf 1954 Is het Bongveen echt als meertje afgebeeld en zit er ook al een groenstrook om de mogelijke pingoruïne heen.

Dit beeld verandert door de jaren heen nauwelijks, het blijft een plas met een min of meer groene (bos) rand er omheen. Het waterniveau is door de jaren wel verschillend geweest. De veenplas heeft nooit de officieel de naam ‘Bongveen’ gekend.

(kaart uit 1832)

(1915, met kleine veenput)

Op de eerste kadastrale kaart met grondgebruik, uit 1832, is de mogelijke pingoruïne weergegeven als onderdeel van een roze gebied. Het ligt als heide terreintje aan de rand van akkers (licht geel).

(1e kadastrale kaart, 1832)

De geomorfologische kaart laat zien dat het Bongveen op de rand van een grondmorenerug ligt en een grondmorene welving (resp. rood en roze). In dit gebied is het keileempakket echter vrij dun en ligt voor een deel dekzand direct op het Peelozand, zo ook bij het Bongveen. Zie hiervoor het Dinoprofiel, waarin geel dekzand is, rood keileem en roze zijn de fijne zanden van de Formatie van Peelo.

(Geomorfologie)

(Dinoprofiel, het Bongveen ligt bij de centrale dunne lijn.)


Overige topografische kaarten

Topografische kaart 1954. De locatie is een meertje geworden en groen ontwikkelt zich rondom het veentje (bron: topotijdreis.nl).

Topografische kaart 1990. Er ontwikkelt zich meer groen rondom het veentje. Ook is er weer water zichtbaar.

Topografische kaart 2016.