Verdieping

Pingoruïnes hebben idealiter een randwal, toch ontbreken ze vaak of zijn ze wellicht zelfs nooit aanwezig geweest. Maar bij de Grondeloze Kuil stond er aan de zuidwestzijde, op de binnenzijde van de randwal een soort vervenerswoninkje.

Op de hoogtekaart kun je zien dat de randwal van deze pingoruïne behoorlijk is aangepakt; aan de zuidzijde is een deel van de randwal in gebruik genomen door de afrit van de N33, aan de noord en oostzijde is hij deels geëgaliseerd, alleen aan de west- en zuidoostzijde zijn nog stukjes randwal aanwezig.

Hoogtekaart, met in blauw het lage deel van de pingoruïne of Grondeloze kuil.

Rechts en links op de hoogtekaart zijn nog resten van de randwal zichtbaar (rode pijl). Aan de zuidzijde loop (in bruin) de afrit van de N33 over de randwal. Ook zijn verveningssporen zichtbaar, in de vorm van donkere blauwtinten. In de linker bovenhoek zie je de beekloop van het Anreeperdiep

Het natuurterreintje bestaat nu uit een oud gemengd bos met rijke bosbodemflora. In 1832 was het nog een natuurlijk heidelandschap, en met name in het beekdal klein percelen bos. Het hele gebied ten westen van de Grasweg (oranje) was eigendom van de heer H. Leopold van der Wijk, die advocaat was.

Kaart uit 1832, grondgebruik, met in roze heide. De Grondeloze kuil (rode cirkel) stond al als open watertje op de kaart. Het beekdal van het Anreeperdiep is weergegeven in licht groen en de bospercelen in donker groen. Het gele vlak links boven is een joodse begraafplaats.

Op de kaart van 1910 kun je zien dat de heide deels ontgonnen is, dat er bospercelen zijn bijgekomen en dat een deel van het gebied is omgevormd naar grasland. Ten zuidwesten van het open water werd inmiddels ook verveend. De pingoruïne is dus groter dan je zou vermoeden (zie blauwe cirkel).

Kaartfragment 1910; De Grondeloze kuil (rode cirkel) staat als open watertje op de kaart, maar de pingoruïne blijkt groter. Ook de petgaten horen er bij (blauwe cirkel). Het beekdal van het Anreeperdiep is weergegeven in licht groen en de bospercelen in donker groen.

Vandaag de dag bevat een deel van de pingoruïne een meertje met een uit veenmos bestaande drijflaag en dikke veenpakketten. Het veenmos was zo dik, dat men rond 1900 petgaten is gaan gegraven voor turfwinning.

Boeren uit de omgeving hebben turf gewonnen door het maken van zogeheten dagputten. In de afgelopen decennia hebben opvolgende bewoners getracht het gebied af te graven, te ontwateren of te dempen, dan wel het terrein een meer parkachtig uiterlijk te geven door het koppelen van petgaten tot grotere waterpartijen en het verfraaien van het bos met rododendrons en andere exoten. Gelukkig is de oorspronkelijk aanwezige inheemse flora en fauna nog steeds grotendeels aanwezig.

De laatste jaren is het beheer gericht op het terugdringen van exoten en het in stand houden van de meest bijzondere leefgemeenschappen.

Ook de historie van het gebiedje is bijzonder en vol mysterie, met volksverhalen over offerrituelen uit lang vervlogen tijden, het vergaan van een postkoets met paarden en al, het verdrinken van tal van mensen en het vinden van een veenlijk in dit, ook wel Hilligenmeer genoemde, veengebied. Maar er zijn op oude kaarten ook andere soortgelijke namen, zoals op de Hofstede-Homankaart uit 1800 het "Hillige Meer", en op stafkaart uit 1850 het "Hellig Meer". Het blijft dus gissen of er goede of kwade geesten huizen.

Door de geologische omstandigheden en door de vele ingrepen door turfwinners en bewoners is het terrein uitzonderlijk gevarieerd in hoogte, bodemsamenstelling en de kwaliteit van bodem- en oppervlaktewater, waardoor ook grote variaties in vaatplanten-, mossen-, paddenstoelen- en insectengemeenschappen optreden.

Het veen in het diepe deel van de pingoruïne, heeft deels hoogveenkenmerken, met soorten als zachte berk, veenmos, veenpluis, eenarig wollegras en een rijk gagelstruweel, terwijl de petgaten en -randen overgangszones vormen en laagveenkenmerken hebben, met soorten als zwarte els, koningsvaren, dubbelloof, duizendknoop en drijvend fonteinkruid, waterviolier, glanzend veenmos etc.