Ees|1627 | Gletsjerkuil Buinerveld

Ees|1627 | Gletsjerkuil Buinerveld

Op het Buinerveld ligt een bijzondere pingoruïne: hij is droog en bevat geen veen. Toch is het wel een pingoruïne. Doordat de kuilen in het Buinerveld geen water vasthouden, kon er geen veenvorming optreden. De reden dat ze niet watervoerend zijn, zoals veel andere pingoruïnes wel, heeft te maken met de ondergrond. Door de opstuwing van de Hondsrug, liggen er op deze plek goed doorlatende zanden en grinden. Hierdoor kon het smeltwater, en later het regenwater, makkelijk naar de ondergrond wegzakken, of inzijgen.

De Gletsjerkuil in het Buinerveld (foto: Jan Siem Rus).

Het reliëf van deze droge pingoruïne is in werkelijkheid is minder sterk dan onderstaand blokdiagram doet vermoeden. In het Weichselien traden namelijk ook allerlei andere processen op, zoals zandverstuivingen, maar ook hellingprocessen. Dicht stuiven of het afglijden van afzettingen langs de hellingen naar beneden ligt dan voor de hand, hierdoor treedt vervlakking op (Tw op de tekening).

Ook gedurende het Holoceen hebben er allerlei processen plaatsgevonden. Zo hebben er zich haar- en veldpodzol bodems gevormd en zijn er, waarschijnlijk in de Middeleeuwen, kleinschalige zandverstuivingen ontstaan.

Een leuk filmpje over deze locatie is te zien op: https://www.youtube.com/watch?v=cG4xOQQw1pw.

Gletsjerkuil Buinerveld, waarbij Tw staat voor Formatie van Twente: dit zijn de afzettingen uit het Weichselien, zoals de dekzanden. Dr staat voor de formatie van Drenthe dit zijn afzettingen uit het Saalien, zoals keileem. Pe staat voor de formatie van Peelo, dit betreft afzettingen uit het Elsterien, het zijn zeer fijne zanden met glimmertjes of potklei.